
Vanochtend werd iemand tijdens mijn les misselijk. Ze besloot te stoppen met trainen en aan de kant te gaan zitten. Tijdens de rest van de les heb ik regelmatig bij haar ingecheckt om te kijken hoe het ging.
Ik heb haar dextro aangeboden. Daar zag ik haar niet duidelijk van opknappen. Voor mij was er daarom geen reden om aan te nemen dat het daarmee opgelost was. Ze bleef aan de kant zitten en na afloop van de les hebben we besproken wat er precies gebeurde.
Toen vertelde ze dat de misselijkheid niet tijdens de training was begonnen. Ze was de avond ervoor al misselijk geweest. Toch was ze die ochtend naar de les gekomen en begonnen met sporten.
Uiteindelijk ging het weer beter en kon ze veilig naar huis. De training heeft ze niet afgemaakt.
Voor mij maakt zo’n situatie heel concreet waarom eigen verantwoordelijkheid over je gezondheid belangrijk is. Soms weet je vooraf dat je je niet fit genoeg voelt om te trainen. Soms denk je dat het wel gaat en merk je tijdens de training dat je die beslissing moet herzien.
Inspanning kan veranderen hoe je een klacht ervaart
Dat iemand de avond ervoor misselijk was en de volgende ochtend toch komt sporten, vind ik op zichzelf niet vreemd. Je kunt wakker worden en denken dat het voldoende gezakt is om het te proberen. Pas wanneer je daadwerkelijk gaat bewegen, merk je hoe je lichaam op de inspanning reageert.
Een training vraagt iets van je lichaam. Je hartslag gaat omhoog, je ademhaling verandert, je spieren gaan aan het werk en afhankelijk van de training neemt de lichamelijke belasting toe. Een klacht die in rust nog op de achtergrond aanwezig is, kan tijdens inspanning daardoor duidelijker worden.
Dat betekent niet dat een training vaststelt wat er medisch aan de hand is. Dat kan ik als trainer ook niet bepalen. In dit geval wist ik na ons gesprek wel iets wat relevant was voor wat er tijdens de les gebeurde: de misselijkheid bestond al voordat de training begon.
Binnen mijn MB-Methode gaat Fysieke Training onder andere over kracht, conditie en belastbaarheid. Wat iemand op dat moment aankan, hoort daar vanzelfsprekend bij. Een training die normaal prima uitgevoerd kan worden, hoeft op een dag waarop iemand zich lichamelijk niet goed voelt niet dezelfde training te zijn.
En soms betekent dat dat de training stopt.
Stoppen met een training kan de juiste keuze zijn
Er zit een verschil tussen ergens geen zin in hebben en je lichamelijk niet goed voelen. Als personal trainer hoef ik iemand die weinig zin heeft niet automatisch naar huis te sturen. Misselijkheid, duizeligheid, pijn of andere lichamelijke klachten vragen om een andere afweging.
Vanochtend werd die afweging tijdens de training gemaakt. Ze begon, merkte dat het niet ging en stopte.
Dat is voor mij een vorm van eigen verantwoordelijkheid.
Ik kan als trainer observeren, vragen hoe het gaat en reageren op wat ik zie en hoor. Degene die traint, ervaart ondertussen zelf wat er in het lichaam gebeurt. Daarom vind ik het belangrijk dat iemand niet alleen uitvoert wat ik zeg, maar ook blijft aangeven wat hij of zij ervaart.
Mijn definitie van gezondheid gaat over de kwaliteit van leven die je in staat stelt gezond te functioneren als mens. Daarbij kijk ik naar lichamelijke, geestelijke en spirituele gezondheid en naar de keuzes die daarop van invloed zijn. De keuze om een training te stoppen wanneer je merkt dat het lichamelijk niet gaat, hoort voor mij ook bij die verantwoordelijkheid.
Je hoeft daarvoor vooraf niet altijd het juiste antwoord te hebben. Misschien denk je ‘s ochtends dat je kunt trainen en blijkt tijdens de warming-up dat je je vergist hebt. Dan is de informatie veranderd en kun je opnieuw beslissen.
Eén training is onderdeel van een veel langer proces
Wanneer je gewend bent om consequent te trainen, kan het vervelend zijn om een training over te slaan. Zeker wanneer je al in de zaal staat en begonnen bent. Toch verandert één gemiste training het proces waarin je bezig bent niet ineens.
Kracht, conditie en belastbaarheid ontstaan over een langere periode. Trainingen volgen elkaar op en herstel maakt daar onderdeel van uit. Het heeft daarom weinig zin om één training koste wat kost af te willen maken wanneer je lichaam op dat moment duidelijk anders reageert dan normaal.
Dat geldt ook wanneer je pas tijdens de training ontdekt dat het niet gaat. De beslissing die je vóór de training nam, hoeft niet dezelfde beslissing te blijven wanneer de situatie verandert.
Daar zit voor mij een belangrijk verschil tussen discipline en verantwoordelijkheid. Discipline kan ervoor zorgen dat je op een ochtend toch naar een training gaat. Verantwoordelijkheid vraagt dat je tijdens die training ook bereid bent om te stoppen als dat nodig blijkt.
Daar heb ik als personal trainer eveneens een verantwoordelijkheid in. Ik wil iemand uitdagen wanneer trainen mogelijk is, maar ik hoef een training niet belangrijker te maken dan de gezondheid waarvoor iemand juist komt trainen.
Eigen verantwoordelijkheid stopt niet met Personal Training
Personal Training neemt de verantwoordelijkheid voor je eigen gezondheid niet over. Ik kan begeleiden tijdens een training, kennis delen, vragen stellen en reageren op wat er gebeurt. De keuzes die buiten die momenten worden gemaakt blijven van degene die met zijn of haar gezondheid bezig is.
Daar ligt een natuurlijke verbinding met mijn gezondheidsrituelen. Dat zijn zelfstandige online programma’s waarin je dagelijks met je gezondheid bezig bent. Soms vraagt dat maar tien minuten per dag. Het uitgangspunt is dat je zelf iets doet en daar bewust tijd voor maakt.
Dat is een andere vorm dan Personal Training. Er staat op dat moment geen trainer naast je die ziet wat je doet of vraagt hoe het gaat. Juist daardoor ligt de verantwoordelijkheid voor wat je doet en de keuzes die je maakt nog nadrukkelijker bij jezelf.
Die verantwoordelijkheid hoeft ook niet altijd te betekenen dat je méér doet. Bij gezondheid kan een bewuste keuze soms juist betekenen dat je een geplande training laat staan omdat je je niet fit voelt.
Vanochtend werd die keuze tijdens de training gemaakt. Dat was op dat moment voldoende.
