
Vandaag begint de Valpreventieweek 2026. VeiligheidNL vraagt van 28 september tot en met 4 oktober extra aandacht voor het voorkomen van vallen bij 65-plussers en gebruikt daarvoor dit jaar de vraag: Hoe sterk sta jij? Dat is een vraag die mij als personal trainer direct aanspreekt, omdat sterk staan over veel meer gaat dan alleen je evenwicht bewaren wanneer je bijna struikelt.
Ik werk al meer dan twintig jaar met mensen aan hun gezondheid en geef iedere week trainingen waarin ook mensen van boven de 65 meedoen. Daardoor kijk ik anders naar ouder worden dan wanneer ik alleen naar een leeftijd op papier zou kijken. Ik zie wat er gebeurt wanneer mensen jarenlang blijven bewegen, maar ook hoe groot de verschillen tussen mensen van dezelfde leeftijd kunnen zijn.
Daarom vind ik het goed dat VeiligheidNL valpreventie dit jaar nadrukkelijk koppelt aan vitaal ouder worden. Het gaat tijdens deze week niet alleen over het voorkomen van die ene val, maar ook over bewegen, voeding en sociale verbondenheid. Dat sluit veel beter aan bij wat ik in de praktijk zie: gezondheid bestaat nooit uit één losse oefening of één los moment.
Jaarlijks vallen ongeveer één miljoen 65-plussers
De cijfers zijn fors. Volgens VeiligheidNL vallen jaarlijks ongeveer één miljoen 65-plussers in Nederland. In 2024 kwamen naar schatting 119.000 65-plussers na een val op de Spoedeisende Hulp terecht. Dat betekent dat we het niet hebben over een klein probleem dat alleen de alleroudste of kwetsbaarste mensen raakt.
Tegelijkertijd wil ik bij zulke cijfers niet blijven hangen. Weten hoeveel mensen vallen vertelt namelijk nog niet waarom de ene persoon zich na een misstap weet te herstellen terwijl de ander zijn evenwicht verliest. Daar komen kracht, reactievermogen, mobiliteit en balans bij kijken, maar ook de dagelijkse manier waarop iemand zijn lichaam blijft gebruiken.
Over spierkracht en ouder worden heb ik al eerder uitgebreid geschreven. In mijn blog Sterk ouder worden begint eerder dan je denkt gaat het precies over de waarde van spierkracht voor dagelijkse zelfstandigheid. Ik hoef dat verhaal bij iedere nieuwe aanleiding niet opnieuw te vertellen. De Valpreventieweek maakt vooral zichtbaar waarom die kracht uiteindelijk praktisch moet blijven: je traint niet alleen om sterker te zijn tijdens een oefening, maar om je lichaam in het dagelijks leven te kunnen blijven gebruiken.
In mijn lessen zie ik geen leeftijd, ik zie wat iemand kan
Wanneer ik voor een groep sta, zegt leeftijd mij nooit genoeg. Twee mensen van 70 kunnen lichamelijk totaal verschillend voor mij staan. De ene persoon beweegt gemakkelijk, heeft jarenlang gesport en pakt nieuwe oefeningen snel op. De ander heeft misschien lang weinig gedaan, is onzeker geworden in bepaalde bewegingen of merkt dat opstaan, bukken en traplopen langzaam meer moeite kosten.
Daarom kijk ik naar wat iemand op dat moment kan. Hoe beweegt iemand? Is er controle? Hoe reageert iemand wanneer een oefening iets moeilijker wordt? Kan iemand zijn evenwicht herstellen? Welke belasting past vandaag bij die persoon? Dat zijn voor mij veel bruikbaardere vragen dan alleen de geboortedatum.
Veilig trainen betekent daarbij niet dat oudere mensen zo weinig mogelijk mogen doen. Juist dat idee vind ik gevaarlijk wanneer het ertoe leidt dat steeds meer beweging uit het leven verdwijnt. Een oefening moet passen bij degene die hem uitvoert, maar het lichaam heeft wel een reden nodig om kracht, mobiliteit en controle te blijven gebruiken.
Minder bewegen kan heel ongemerkt beginnen
Dat is ook waarom preventie lastig zichtbaar is. Niemand wordt op maandagochtend wakker met het besluit om vanaf nu langzaam minder mobiel te worden. Het gaat vaak in kleine stappen. Een wandeling wordt korter, de fiets blijft wat vaker staan, boodschappen worden met de auto gedaan en een trap wordt vermeden omdat de lift gemakkelijker is.
Geen van die keuzes hoeft op zichzelf verkeerd te zijn. Het wordt pas interessant wanneer gemak steeds vaker beweging vervangt en iemand na verloop van tijd merkt dat dingen die vroeger vanzelf gingen ineens inspanning vragen. Dan kan er een punt ontstaan waarop iemand minder gaat doen omdat bewegen moeilijker wordt, terwijl juist dat minder bewegen ervoor kan zorgen dat de mogelijkheden verder afnemen.
Na een val kan daar bovendien angst bijkomen. Iemand die een keer hard gevallen is, kan heel begrijpelijk voorzichtiger worden. Wanneer die voorzichtigheid uiteindelijk betekent dat steeds meer activiteiten worden vermeden, verandert niet alleen de hoeveelheid beweging. Het dagelijks leven zelf kan kleiner worden.
Daarom vind ik de bredere aanpak van deze Valpreventieweek belangrijk
VeiligheidNL organiseert tijdens deze week onder andere een webinar over voeding, bewegen en sociale verbondenheid. Die onderwerpen worden bewust samen bekeken omdat valpreventie volgens de organisatie gebruikt kan worden als ingang voor vitaal ouder worden. Dat vind ik een veel interessantere benadering dan een lijst met losse balansoefeningen.
Voeding is bijvoorbeeld relevant omdat een lichaam voldoende bouwstoffen en energie nodig heeft om spiermassa en functioneren te ondersteunen. Bewegen is nodig om kracht, balans en mobiliteit daadwerkelijk te blijven gebruiken. Sociale contacten kunnen vervolgens weer samenhangen met de activiteiten die iemand onderneemt en de momenten waarop iemand buitenshuis actief blijft.
In mijn eigen lessen zie ik dat laatste iedere week zonder dat ik daar een gezondheidsclaim van hoef te maken. Mensen komen om te trainen, maar zien ondertussen ook andere mensen. Ze kennen elkaar, spreken elkaar voor of na een les en merken het wanneer iemand die normaal altijd aanwezig is ineens ontbreekt. Bewegen heeft daardoor in de praktijk soms meer functies dan alleen het lichamelijke effect van de oefeningen zelf.
Preventie begint daarom eerder dan de eerste val
Daarover heb ik eerder geschreven in mijn blog over preventie en gezondheid. We zijn vaak heel goed in handelen wanneer een probleem duidelijk genoeg is geworden. Bij een val met ernstig letsel is onmiddellijk zichtbaar dat er iets moet gebeuren. De jaren waarin kracht, beweging of zekerheid langzaam afnamen zijn veel minder duidelijk aan te wijzen.
Juist daar zit voor mij de waarde van de vraag Hoe sterk sta jij? Je hoeft niet eerst te vallen om na te denken over je balans. Je hoeft niet eerst moeite te krijgen met opstaan voordat spierkracht belangrijk wordt. Je hoeft niet eerst afhankelijk te worden van anderen voordat zelfstandigheid waarde krijgt.
Dat betekent ook dat gezond ouder worden niet pas begint op je 65e verjaardag. Wat je op je vijftigste met je lichaam doet, neem je mee naar later. Hetzelfde geldt voor wat je op je zestigste doet en uiteindelijk ook voor wat je op je zeventigste nog blijft doen. Leeftijd verandert de training, maar maakt het belang van bewegen niet kleiner.
Een val duurt een seconde, preventie niet
Een val zelf kan in een fractie van een moment gebeuren. Je mist een stoeprand, verliest je evenwicht of zet je voet verkeerd neer. De mogelijkheden die je lichaam op dat moment heeft om te reageren zijn echter niet in diezelfde seconde ontstaan.
Daarom vind ik deze Valpreventieweek vooral interessant als aanleiding om eerder naar het lichaam te kijken. Niet vanuit angst voor wat er later allemaal mis kan gaan, maar vanuit de veel praktischere vraag wat je vandaag wilt blijven kunnen. Traplopen, wandelen, boodschappen doen, uit een stoel komen, zelfstandig naar buiten gaan en jezelf kunnen herstellen wanneer je een keer uit balans raakt zijn gewone dingen totdat ze niet meer vanzelfsprekend zijn.
Ik heb op deze website al geschreven over gezond ouder worden, sterk ouder worden, botdichtheid en de waarde van preventie. Die artikelen leggen ieder een ander deel uit. De Valpreventieweek van vandaag verbindt voor mij die onderwerpen aan één heel eenvoudige vraag die VeiligheidNL zelf stelt en die wat mij betreft veel vaker gesteld mag worden voordat er iets gebeurt: hoe sterk sta jij?
