We timmeren de achterdeur dicht terwijl de voordeur wagenwijd openstaat

We timmeren de achterdeur dicht terwijl de voordeur wagenwijd openstaat

We timmeren de achterdeur dicht terwijl de voordeur wagenwijd openstaat

Preventie in de zorg: bewegen en gezondheid

Ik werk inmiddels meer dan twintig jaar in de gezondheidsbranche. In die tijd heb ik kabinetten zien komen en gaan, plannen zien verschijnen en verdwijnen en steeds opnieuw gehoord hoe belangrijk preventie is. Deze week lees ik het opnieuw. Het kabinet wil de beweging maken ‘van zorg naar gezondheid’ en presenteert nieuwe investeringen in preventie, sport en bewegen.

Ik ben het volledig eens met die beweging. Mijn frustratie zit in de praktijk erachter.

We zijn bezig de achterdeur dicht te timmeren terwijl de voordeur wagenwijd openstaat.

We laten mensen jarenlang hun leven leiden in een omgeving waarin te weinig bewegen heel gemakkelijk is. Wanneer daar uiteindelijk gezondheidsproblemen uit ontstaan, hebben we een uitgebreid zorgstelsel klaarstaan om mensen te onderzoeken, behandelen, begeleiden en waar mogelijk weer beter te maken.

Daar geven we miljarden aan uit.

Mijn vraag is al jaren waarom we zoveel terughoudender zijn met geld uitgeven vóórdat die zorg nodig is.

Te weinig bewegen kost jaarlijks €2,7 miljard aan zorg

Volgens het RIVM zorgt te weinig bewegen voor 3,2 procent van het gezondheidsverlies in Nederland. Jaarlijks hangen ongeveer 5.800 sterfgevallen samen met te weinig bewegen en de zorgkosten worden geschat op €2,7 miljard per jaar.

Tegelijkertijd voldeed in 2025 slechts 47 procent van de Nederlandse bevolking vanaf vier jaar aan de beweegrichtlijnen. Onder mensen van 25 jaar en ouder met basisonderwijs of een vmbo-diploma voldoet slechts 33 procent aan die richtlijnen, tegenover 53 procent van de hbo- en wo-opgeleiden.

We weten dus waar een deel van de gezondheidswinst te behalen valt.

Deze week kwam daar een interessant nieuw onderzoek van het RIVM bij. Het instituut rekende door wat er zou gebeuren wanneer iedere Nederlandse volwassene dagelijks slechts negen minuten extra zou wandelen of vijf minuten extra zou fietsen. Tot en met 2050 zouden daardoor volgens het model bijna 43.000 ziektegevallen kunnen worden voorkomen. De zorgkosten zouden bijna €1,8 miljard lager uitvallen en de arbeidsproductiviteit ruim €460 miljoen hoger. Het RIVM keek daarbij naar zeven ziekten, waaronder diabetes, beroerte, hartinfarct, hartfalen en dementie.

Negen minuten wandelen of vijf minuten fietsen per dag. Dat zijn cijfers waar ik als personal trainer naar kijk en denk: waar wachten we eigenlijk op?

Van zorg naar gezondheid klinkt mooi. Nu de praktijk nog

Het kabinet reserveert in 2027 ongeveer €26 miljoen voor onder andere de bouw en het onderhoud van sportaccommodaties en andere sport- en beweegmogelijkheden. Dat bedrag moet vanaf 2032 structureel oplopen naar €44 miljoen. Daarnaast komt er geld voor onder andere schoolfruit, Kansrijke Start, wijkgerichte gezondheidsprogramma’s, vaccinaties en andere vormen van preventie.

Daar ben ik blij mee. Iedere investering waarmee gezondheid eerder aandacht krijgt, vind ik een stap in de goede richting.

Tegelijkertijd verwacht het kabinet dat de totale zorguitgaven in 2027 uitkomen op €118 miljard.

Die €26 miljoen voor sport- en beweegmogelijkheden kun je natuurlijk niet één-op-één vergelijken met €118 miljard aan totale zorg. Sportaccommodaties zijn slechts één onderdeel van preventie en binnen die €118 miljard zit zorg die we altijd nodig zullen hebben.

De verhouding zet mij wel aan het denken.

€26 miljoen is ongeveer 0,022 procent van €118 miljard. Voor iedere één euro uit die specifieke sport- en beweegpost staan ruim €4.500 aan totale zorguitgaven. Alleen al de door het RIVM geschatte jaarlijkse zorgkosten die samenhangen met te weinig bewegen bedragen €2,7 miljard. Dat is ruim honderd keer die €26 miljoen.

Daarmee zeg ik niet dat €26 miljoen extra investeren in bewegen automatisch €2,7 miljard bespaart. Zo eenvoudig werkt gezondheid niet. Het laat wel zien hoe groot het vraagstuk is waarover we praten.

Waarom vergoeden we behandeling wel en bewegen zo beperkt?

Stel dat iemand een aantoonbaar verhoogd gezondheidsrisico heeft. Waarom zou het dan vreemd zijn om veel eerder serieus geld beschikbaar te stellen waarmee die persoon kan bewegen en daarbij begeleiding kan krijgen?

Een sportabonnement. Zwemles. Een beweegprogramma. Een personal trainer. Een combinatie daarvan. Wat bij die persoon past.

Mijn vraag is uiteindelijk heel eenvoudig: waarom financieren we gezondheid zo anders dan ziekte?

We hebben in Nederland preventieve programma’s en er bestaan vergoedingen voor bijvoorbeeld gecombineerde leefstijlinterventies. Gemeenten, zorgverzekeraars en andere organisaties investeren eveneens in preventie. Er gebeurt dus wel degelijk iets.

Maar zelfs het RIVM concludeerde bij de evaluatie van het Actieplan Nederland Beweegt dat ongeveer de helft van Nederland onvoldoende beweegt. Het RIVM adviseert steviger beleid en structurele financiering en benadrukt dat beweegbeleid meerdere jaren moet kunnen worden voortgezet, los van wisselende kabinetten en beleidsprogramma’s.

Dat laatste vind ik belangrijk. Gezondheid stopt namelijk ook niet wanneer een kabinet valt.

Preventie begint voordat iemand patiënt wordt

In 2025 gaf Nederland volgens het CBS €120,2 miljard uit aan gezondheidszorg. Dat was €6,9 miljard meer dan een jaar eerder. Het CBS plaatst daar terecht bij dat de zorguitgaven als percentage van onze economie de afgelopen jaren redelijk stabiel zijn gebleven; in 2025 ging het om 10,2 procent van het bbp.

Na twintig jaar in de gezondheidsbranche verbaast het mij nog steeds hoe vanzelfsprekend het is geworden dat we zulke bedragen organiseren voor het moment waarop iemand zorg nodig heeft, terwijl investeren in gezondheid vooraf veel sneller onderwerp wordt van budgetten, pilots, tijdelijke programma’s en politieke discussies.

Ik zou die verhouding graag zien veranderen.

Maak bewegen toegankelijker. Maak sport financieel aantrekkelijker. Investeer structureel in zwemvaardigheid en bewegen bij kinderen. Geef werkgevers meer mogelijkheden om gezondheid daadwerkelijk te faciliteren. Onderzoek serieus wanneer sportabonnementen en persoonlijke begeleiding onderdeel kunnen zijn van preventieve interventies. En meet vervolgens wat werkt, voor wie het werkt en hoeveel gezondheidswinst het daadwerkelijk oplevert.

Als het kabinet werkelijk de beweging wil maken van zorg naar gezondheid, begint die beweging voor mij voordat iemand patiënt wordt.

Zolang we vooral investeren wanneer mensen eenmaal door de voordeur van de zorg naar binnen komen, blijven we aan de achterkant repareren wat we aan de voorkant veel eerder hadden kunnen beïnvloeden.

We timmeren de achterdeur dicht terwijl de voordeur wagenwijd openstaat.

Bronnen