
Het CBS publiceerde vorige week nieuwe cijfers over eenzaamheid in Nederland. In 2025 voelde 10 procent van de mensen van 15 jaar of ouder zich sterk eenzaam en nog eens 30 procent enigszins eenzaam. Wat mij vooral opviel, was de leeftijd. Sterke eenzaamheid kwam het vaakst voor bij mensen tussen 35 en 55 jaar: 13 procent van de 35- tot 45-jarigen en 12 procent van de 45- tot 55-jarigen. Vanaf 55 jaar lagen de percentages lager.
Ik vind dat interessant omdat juist die levensfase gemakkelijk het beeld oproept van een leven vol mensen. Werk, collega’s, een partner, kinderen, familie, vrienden, schoolpleinen, sportclubs, afspraken en berichten die de hele dag binnenkomen. Dat leven geldt natuurlijk lang niet voor iedereen tussen 35 en 55 en de cijfers vertellen ook niet waarom deze leeftijdsgroepen vaker sterk eenzaam zijn. Ze brachten mij vooral terug bij iets wat ik eerder heel concreet zag: hoeveel mensen er om je heen zijn, zegt verrassend weinig over hoe verbonden je je met iemand voelt.
Duizenden mensen voor je en daarna alleen op een hotelkamer
Onlangs was ik bij de première van de documentaire over het levensverhaal van Brennan Heart. Ik schreef eerder over de mens achter de muziek, omdat zijn verhaal voor mij veel verder ging dan de artiest die voor duizenden mensen optreedt.
Een van de dingen die bij mij bleef hangen, was wat er na zo’n optreden kon gebeuren. Het ene moment gaf hij een show voor duizenden mensen en stond hij midden in alle aandacht en energie. Daarna kwam hij terug op zijn hotelkamer en kon hij zich behoorlijk leeg en eenzaam voelen.
Dat beeld past voor mij bijna letterlijk bij de cijfers die ik nu van het CBS lees. Het CBS maakt onderscheid tussen emotionele en sociale eenzaamheid. Bij emotionele eenzaamheid gaat het onder andere over leegte, het missen van mensen en het gevoel in de steek gelaten te worden. Sociale eenzaamheid gaat over de vraag of je voldoende mensen om je heen hebt met wie je je verbonden voelt, die je vertrouwt en op wie je kunt terugvallen.
Het ene moment omringd zijn door duizenden mensen en je korte tijd later alleen voelen laat zien hoe verschillend die werkelijkheden kunnen zijn. Contact is meetbaar in aantallen. Verbondenheid veel minder.
Ik hoef daarvoor zelf niet voor duizenden mensen te staan. Ik kan twintig gesprekken op een dag voeren en toch nauwelijks vertellen wat er werkelijk in mij speelt. Ik kan ergens binnenkomen waar iedereen mijn naam kent en ondertussen delen van mezelf verborgen houden. Ik kan bereikbaar zijn via WhatsApp, Instagram, e-mail en telefoon en niemand bellen op het moment dat ik vastloop. We hebben ongelooflijk veel mogelijkheden om contact met elkaar te hebben. Daarmee weten we nog weinig over hoeveel van onszelf we in dat contact laten zien.
Hoeveel mensen kennen jou buiten je rollen?
Misschien zit daar ook iets in wat de leeftijd tussen 35 en 55 interessant maakt. Veel mensen hebben in die levensfase verschillende rollen tegelijk. Werknemer of ondernemer. Partner. Ouder. Zoon of dochter. Vriend. Buur. Collega. Misschien mantelzorger, vrijwilliger of degene die thuis veel regelt. Iedere rol brengt andere mensen en gesprekken met zich mee, maar een groot deel van die gesprekken ontstaat ook vanuit die rol.
Op het werk praat je over werk. Met andere ouders over de kinderen. Thuis over wie morgen waar moet zijn. Met familie over wat er geregeld moet worden. Je kunt daardoor een week lang voortdurend in contact zijn en tegelijkertijd nauwelijks een gesprek voeren over wat er achter al dat functioneren in jou gebeurt.
Ik denk dat daar een belangrijk verschil zit tussen gezien worden en gekend worden. Mensen kunnen precies weten wat ik doe en nauwelijks weten wat ik denk. Ze kunnen mij regelmatig zien en weinig weten over wat ik voel. Nabijheid ontstaat voor mij daarom niet vanzelf doordat twee mensen vaak genoeg in dezelfde ruimte staan.
Dat besef heeft ook mijn eigen manier van gesprekken voeren veranderd.
Als ik verdieping wil, moet ik zelf verdieping geven
Ik heb geleerd dat wanneer ik verdieping zoek bij iemand anders, ik die ander ook verdieping moet geven. Ik kan moeilijk verlangen naar een gesprek dat verder gaat dan de oppervlakte wanneer ik zelf alleen maar aan die oppervlakte blijf.
Dat betekent voor mij dat ik iets van mezelf moet laten zien. Een gedachte uitspreken die ik normaal voor mezelf houd. Vertellen wat iets met mij doet. Een vraag stellen die verder gaat dan wat we standaard aan elkaar vragen. Soms begint een ander gesprek simpelweg doordat één van de twee besluit om iets meer van zichzelf in dat gesprek te leggen.
Daar raakt eenzaamheid voor mij ook aan spirituele verdieping. Ik bedoel daarmee het bewust stilstaan bij wat ik denk, wat ik voel, welke betekenis iets voor mij heeft en wat er werkelijk in mij gebeurt. Als ik zelf nauwelijks stilsta bij wat er onder mijn dagelijkse gesprekken en bezigheden leeft, wordt het ook moeilijker om dat deel van mezelf met iemand anders te delen.
Meer contact is daarom niet automatisch hetzelfde als meer verbondenheid. Soms zijn er daadwerkelijk te weinig mensen om iemand heen en is sociaal contact precies wat ontbreekt. Maar er kunnen ook genoeg mensen zijn terwijl gesprekken voortdurend blijven steken in werk, kinderen, sport, nieuws, afspraken en alles wat morgen weer moet gebeuren.
Dan wordt voor mij een andere vraag interessant: hoeveel kans geef ik een ander om mij werkelijk te kennen?
Als ik altijd antwoord dat het goed gaat, ziet de ander wat ik laat zien. Als ik mijn twijfel, verdriet, onzekerheid of behoefte nooit uitspreek, blijft een belangrijk deel van mij buiten het gesprek. Ik heb daarin geleerd dat ik niet alleen kan wachten tot iemand anders de verdieping creëert waar ik zelf naar verlang.
Verbondenheid heeft voor mij daardoor iets wederkerigs. Als ik wil dat iemand weet wat er in mij speelt, zal ik soms woorden moeten geven aan iets wat tot dat moment alleen in mijn hoofd zat. En wanneer ik zelf een gesprek open, geef ik de ander tegelijkertijd de mogelijkheid om hetzelfde te doen.
Misschien is dit daarom een goed moment voor een Bewustwordingsmoment: een moment om even bewust bij iets stil te staan. Niet bij de vraag hoeveel mensen je kent of hoeveel gesprekken je deze week hebt gevoerd, maar bij wat er in die contacten werkelijk gebeurt. Voel ik mij eenzaam? Bij wie kan ik werkelijk terecht? En als ik verdieping mis, welk deel van mezelf houd ik dan nog buiten het gesprek?
Bron
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 1 op de 10 mensen voelt zich sterk eenzaam; al 5 jaar stabiel. Gepubliceerd op 18 september 2026.
